direct naar inhoud van Artikel 6 Wonen - 1
Plan: Kevelderstraat 4, Zieuwent
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1586.BPBUI020-OW04

Artikel 6 Wonen - 1

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ' Wonen - 1 ' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wonen;
  • b. tuinen en erven;
  • c. waterhuishouding;

met daarbijbehorende:

  • d. gebouwen;
  • e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • f. wegen en paden;
  • g. parkeervoorzieningen;
  • h. groenvoorzieningen.
6.2 Bouwregels

Op de voor ' Wonen - 1' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.

6.2.1 Hoofdgebouwen

Voor een hoofdgebouw gelden de volgende regels:

  • a. per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 woning aanwezig zijn;
  • b. de inhoud mag niet meer dan 750 m3 bedragen dan wel in het geval van een grotere inhoud, de op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan bestaande inhoud;
  • c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de op het moment van de terinzagelegging van het ontwerpplan bestaande bouwhoogte;
  • d. de goothoogte mag niet meer bedragen dan de op het moment van de terinzagelegging van het ontwerpplan bestaande goothoogte;
6.2.2 Aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen

Voor een aanbouw, uitbouw en bijgebouw bij een woning gelden bovendien de volgende regels:

  • a. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 70 m2;
  • b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 m;
  • c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m;
  • d. een aanbouw, uitbouw dan wel aangebouwd bijgebouw dient te worden geplaatst op een afstand van ten minste 4 m van de voorgevel van het hoofdgebouw;
  • e. een vrijstaand bijgebouw dient te worden geplaatst achter het hoofdgebouw;
  • f. in afwijking van het bepaalde onder a tot en met e geldt dat in geval van een grotere hoogte en/of oppervlakte dan wel van een andere situering dat deze maten, afmetingen en situering zoals die bestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp gehandhaafd mogen worden.
6.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 2 m mag bedragen.

6.3 Afwijking van de bouwregels
6.3.1 Afwijking

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning een afwijking verlenen van het bepaalde in:

  • a. 6.2.1  onder a ten behoeve van de splitsing van een voormalige (traditionele) boerderij in twee (zelfstandige) wooneenheden, met dien verstande dat:
    • 1. splitsing slechts betrekking mag hebben op een gebouw, dat zelf (ten dele) reeds een woonfunctie heeft;
    • 2. algehele nieuwbouw ten behoeve van splitsing niet is toegestaan;
    • 3. uitbreiding van het te splitsen gebouw mogelijk is tot 50 m3 en mits noodzakelijk uit bouwkundig dan wel volkshuisvestelijk oogpunt;
    • 4. bij splitsing van een voormalige boerderij dient de kenmerkende bouwvorm van het gebouw te worden gehandhaafd;
    • 5. de inhoud van het te splitsen gebouw dient voor splitsing ten minste 900 m3 te bedragen;
    • 6. er mag geen sprake zijn van een beperking van de bedrijfsvoering van nabijgelegen agrarische bedrijven;
  • b. 6.2.1 onder c en toestaan dat de bouwhoogte wordt vergroot tot 9 m;
  • c. 6.2.2  onder a en toestaan dat indien de totale bebouwde oppervlakte van bijgebouwen groter is dan 70 m2, deze bestaande bijgebouwen mogen worden herbouwd op een andere plaats, met dien verstande dat:
    • 1. herbouw slechts mogelijk is indien een sanering van minimaal 70% van de oppervlakte boven de toegestane 70 m2 plaatsvindt en de bestaande (goot-)hoogte niet wordt overschreden tenzij dit laatste uit esthetische redenen (beeldkwaliteit) gewenst is;
    • 2. indien de bestaande bijgebouwen worden vervangen door één bijgebouw dan mag de oppervlakte van dit nieuwe bijgebouw niet meer bedragen dan 100 m2 en dient er sprake te zijn van een verbetering van de ruimtelijke en/of esthetische situatie;
    • 3. herbouw zodanig plaatsvindt dat er een duidelijke relatie, afstand kleiner dan 25 m, met het hoofdgebouw blijft bestaan.
6.3.2 Afwegingskader

Een in 6.3 genoemde afwijking kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

  • a. het straat- en bebouwingsbeeld;
  • b. een goede woonsituatie;
  • c. de verkeersveiligheid;
  • d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  • e. de sociale veiligheid;
  • f. de externe veiligheid;

en de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond.

6.3.3 Procedure

Voor een besluit tot afwijking geldt de in 11.1 vermelde voorbereidingsprocedure.

6.4 Specifieke gebruiksregels
6.4.1 Strijdig gebruik

Tot een gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval gerekend:

  • a. de bewoning van vrijstaande bijgebouwen;
  • b. het gebruik van gronden en opstallen voor een bedrijf.
6.5 Afwijking van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning een afwijking verlenen van het bepaalde in 5.1 ten behoeve van de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf, mits de woonfunctie in overwegende mate wordt behouden en onder de voorwaarde dat:

  • a. het medegebruik van ondergeschikte betekenis moet zijn en maximaal 30% mag beslaan van de totale nettovloeroppervlakte van een wooneenheid tot een maximum van 50 m2;
  • b. slechts bedrijven toelaatbaar zijn, die behoren tot de categorie 1 van de bijgevoegde "Lijst aan huis gebonden beroepen en bedrijven";
  • c. geen detailhandel mag plaatsvinden, behoudens een beperkte verkoop -als ondergeschikte nevenactiviteit- van producten die ter plaatse zijn vervaardigd, dan wel direct verband houden met het aan huis gebonden beroep of bedrijf;
  • d. het gebruik geen nadelige invloed mag hebben op de verkeersafwikkelijng, casu quo niet onevenredig veel extra verkeer wordt aangetrokken;
  • e. het gebruik mag niet lijden tot een onevenredige aantasting van de leefomgeving;
  • f. er geen buitenopslag plaatsvindt;
  • g. er geen reclame-uitingen zichtbaar zijn;
  • h. op eigen terrein moet worden geparkeerd door eigenaar/huurder en bezoekers.