direct naar inhoud van 4.2 Rijksbeleid
Plan: Kevelderstraat 4, Zieuwent
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1586.BPBUI020-OW04

4.2 Rijksbeleid

4.2.1 Nota Ruimte

Op achtereenvolgens 17 mei 2005 en 17 januari 2006 hebben de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal ingestemd met de Nota Ruimte. De Nota Ruimte bevat de visie van het kabinet op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland en de belangrijkste bijbehorende doelstellingen voor de komende decennia. Het kabinet gaat daarbij uit van een dynamisch, op ontwikkeling gericht ruimtelijk beleid en een heldere verdeling van verantwoordelijkheden tussen rijk en decentrale overheden. In de Nota Ruimte is de verantwoordelijkheid van kleinschalige ontwikkelingen op perceelsniveau overgedragen aan de decentrale overheden.

Voor geheel Nederland is een basiskwaliteit geformuleerd waaraan voldaan moet worden. De gebieden en netwerken die het kabinet van nationaal belang acht zijn bestemd als Ruimtelijke Hoofdstructuur. Zo heeft het rijk in de Nota Ruimte een aantal Nationale Landschappen aangewezen. Nationale landschappen zijn gebieden met (inter-)nationaal zeldzame of unieke kenmerkende landschaps- kwaliteiten, en in samenhang daarmee bijzondere natuurlijke en recreatieve kwaliteiten. Het dichtstbijzijnde Nationaal landschap is het Nationaal Landschap Winterswijk. Het plangebied is op zeer grote afstand gelegen van dit landschap waardoor deze dit landschap niet beïnvloed.

4.2.2 Flora en Fauna

Sinds 1 april 2002 is de Flora- en Faunawet in werking getreden. Deze wet biedt het juridisch kader voor de bescherming van dier- en plantensoorten in Nederland en bevat onder andere de implementatie van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de gebieden waar deze richtlijnen betrekking op hebben. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde plant- en diersoorten. Naast een aantal in de wet (en daarop gebaseerde besluiten) vermelde specifieke mogelijkheden om ontheffing te verlenen van in de wet genoemde verboden, geeft de wet een algemene ontheffingsbevoegdheid aan de minister van LNV (artikel 75, lid 3). In verband daarmee heeft de gemeente een inventarisatie laten verrichten teneinde duidelijk te krijgen welke ecologische waarde het plangebied vertegenwoordigt. In ieder geval is het plan niet gelegen binnen de ecologische hoofdstructuur.