direct naar inhoud van 5.4 Cultuurhistorie en archeologie
Plan: Kevelderstraat 4, Zieuwent
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1586.BPBUI020-OW04

5.4 Cultuurhistorie en archeologie

Volgens de Archeologische beleidskaart voor de gemeente Oost Gelre (RAAP-rapport 1757) is het perceel gelegen op gronden met een hoge archeologische verwachtingswaarde (noordelijke deel van het plangebied) en met een lage archeologische verwachtingswaarde (zuidelijke deel van het plangebied). Door Archeodienst gelderland BV is op 12 februari 2010 een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd om de archeologische verwachting van het plangebied vast te stellen. De beoordeling van het rapport, Archeodienst rapport 32, geeft geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.

Het onderzoek met bijbehorende rapportage is, voor zover is na te gaan, uitgevoerd conform de hiervoor geldende normen en richtlijnen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 3.1, protocol IVO).

Op basis van de resultaten en de in het rapport getrokken conclusie, wordt in het plangebied geen vervolgonderzoek geadviseerd. Dit selectieadvies wordt onderschreven. Wel dient te allen tijde bij het afgeven van een bouw- en/of aanlegvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij Onze minister. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de heer P. Ballast van de gemeente Oost Gelre hiervan per direct in kennis te stellen.

Het onderzoeksrapport met rapportnummer 32 is als bijlage toegevoegd.

Aanvullend:

De regionaal archeoloog heeft het Archeologisch onderzoek beoordeeld. Hij gaat akkoord met de resultaten zoals genoemd in het rapport 32 van Archeodienst.

Wel geeft hij aan dat, uit gemeentelijke dossiers is gebleken, dat het plangebied groter is dan in het onderzoek is meegenomen, namelijk ca. 2.900 m2. Ook dit gebied buiten het bouwplan had, conform de regels van de gemente, in de eerste fase onderzocht moeten worden omdat daar wijzigingen komen in de landschappelijke inrichting. Een verkennend boroonderzoek zal ook hier derhalve nog uitgevoerd dienen te worden.

Met verzoeker is afgesproken dat tijdens het uitgraven van de woning er een aanvullend onderzoek zal plaatsvinden. Door de gemeentelijk archeoloog is hiermee akkoord gegaan.