direct naar inhoud van 8.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Plan: Kevelderstraat 4, Zieuwent
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1586.BPBUI020-OW04

8.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

In het kader van de herziening van het bestemmingsplan zal het ontwerpbestemmingsplan voor een periode van zes weken ter inzage worden gelegd (overeenkomstig afdeling 3:4 Algemene Wet bestuursrecht). Binnen deze termijn kan een ieder zijn/haar zienswijze omtrent de herziening indienen. Dan zal ook duidelijk worden hoe omwonenden tegen het plan aankijken. Ingebrachte zienswijzen worden betrokken bij de besluitvorming.

8.3.1 Artikel 3.1.1.-overleg

Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te worden gevoerd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.

Ter voldoening aan artikel 3.1.1 Bro is het (voor)ontwerpbestemmingsplan toegestuurd aan het Waterschap Rijn en IJssel. Het Waterschap heeft bij schrijven van NB 2010 aangegeven wel/geenbezwaren te hebben tegen de in dit plan opgenomen ontwikkelingen.

Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland hebben in hun schrijven genaamd ‘Werkwijze onder de nieuwe Wet ruimtelijke ordening’ aangegeven dat zij de Wro-agenda leidend laten zijn voor de wijze waarop en de mate waarin zij betrokken zouden willen worden bij het vooroverleg ex art. 3.1.1. Bro. Dit betekent dat zij onderscheid maken in beleidsthema’s waar zij wel Wro-instrumenten gaan inzetten en beleidsthema’s waar zij dat in principe niet zullen doen. Daar waar zij instrumenten gaan inzetten spreekt de Wro-agenda van ‘provinciaal belang en provinciale verantwoordelijkheid’; daar waar zij die instrumenten in principe niet zullen inzetten spreekt de Wro-agenda ‘enkel’ van ‘provinciaal belang’. Daarnaast geven zij aan dat bij ‘puur lokale plannen’ de provincie hierin geen rol heeft. De in dit plan opgenomen ontwikkeling past binnen het functieveranderingsbeleid van de regio en de gemeente Oost-Gelre. De provincie heeft in het verleden ingestemd met dit beleid. Het betreft hier een plan van provinciaal belang, maar geen provinciale verantwoordelijkheid. Op basis van de "Werkwijze onder de nieuwe Wro' is geen vooroverleg artikel 3.1.1. Bro noodzakelijk.

Binnen het plan zijn geen nationale belangen in het geding. Hierdoor hoeft op basis van artikel 3.1.1. Bro geen vooroverleg gevoerd te worden met de Vrom-inspectie. In de ontwerpfase zullen de diensten van provincie en Rijk (en het Waterschap) door middel van een kennisgeving op de hoogte worden gebracht van het ontwerpbestemmingsplan.