direct naar inhoud van 4.3 Provinciaal beleid
Plan: Buitengebied 1995, herziening 60, Boerijendijk 9 te Groenlo
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1586.BPBUI039-VG01

4.3 Provinciaal beleid

4.3.1 Ruimtelijke verordening Gelderland

Op 15 december 2010 heeft Provinciale Staten de Ruimtelijke verordening Gelderland vastgesteld. Op de kaart bij de verordening is het plangebied aangegeven als Nationaal landschap, Waardevol landschap binnen nationaal landschap en Ecologische verbindingszone (EVZ).

Nationaal landschap

Het plangebied ligt in het nationaal landschap Winterswijk in het deel dat is aangewezen als 'kleinschalig land van winterswijkse beken'. Dit gebied heeft de volgende kernkwaliteiten:

  • 1. kleinschalig landschap met afwisseling van bosjes, houtwallen, landbouwgrond, lanen, beken en boerderijen;
  • 2. rijk aan microrelief (steilranden, essen en eenmansessen), een duidelijke terrasrand (westzijde);
  • 3. meanderende beken, overstromingsvlaktes in laagtes;
  • 4. fraaie, open essen en bijzondere broekgebieden;
  • 5. historisch nederzettingspatroon vervlochten in het landschap.

Met de nieuwe inrichting van het plangebied wordt de eerste kernkwaliteit versterkt en de andere kwaliteiten niet aangetast. Aan de zuidzijde van het plangebied wordt een bos van ongeveer 850 m2 en een poel van ongeveer 400 m2 aangelegd. De beplanting langs de huidige oprijlaan wordt versterkt. Langs de nieuw aan te leggen inrit wordt een eenzijdige laanbeplanting aangelegd.

Ecologische verbindingszone

Binnen de EHS geldt de 'nee, tenzij-'benadering. Dit houdt in dat bestemmingswijziging niet mogelijk is als daarmee de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant worden aangetast, tenzij er geen reele alternatieven zijn en er sprake is van redenen van groot openbaar belang. De EVZ wordt gevormd door de watergang de Steenbeek. De Steenbeek is ingericht volgens model Kamsalamander. Dit model mikt op een herstel van kleinschaligheid, inclusief natte elementen. De corridor en landschapszone bestaan uit ruigte, struweel, (vochtig) schraalland, kleine loofbosjes, greppels, houtwal, oevers van sloten of beken.

Een aantal jaren geleden zijn gronden rond de Steenbeek in eigendom naar het waterschap over gegaan. Het waterschap heeft deze gronden ingericht naar de kernwaarden van deze ecologische verbindingszone. De beek heeft daardoor al de waarden en inrichting die nodig is ter versterking van de EVZ.

Met voorliggend plan vindt een uitbreiding van de bebouwing plaats. Voor deze uitbreiding moeten de sleufsilo's worden verplaatst. Deze uitbreiding past niet binnen het huidige bouwblok. Het nieuwe bouwblok komt dichter bij de Steenbeek te liggen. De kortste afstand van het bouwblok tot de kant van de Steenbeek is ongeveer 12 m. Op de overige plaatsen ligt het bouwblok verder van de beek af. Tussen het bouwblok en de Steenbeek wordt een poel en een bos aangelegd. Hiermee wordt een afscherming tussen het agrarisch bouwblok en de Steenbeek gerealiseerd. Deze inrichting past ook binnen het model Kamsalamander. Aan de Steenbeek zelf gebeurd niets.

Voorliggend plan zorgt niet voor:

  • vermindering van natuur en landschapselementen. De landschapselementen worden juist versterkt en de bestaande natuurelementen worden niet aangetast;
  • vermindering van de uitwisselingsmogelijkheden van planten en dieren. De Steenbeek met oevers is het element met uitwisselingsmogelijkheden voor planten en dieren, hier verandert niets aan;
  • vermindering van de kwaliteit van het leefgebied van beschermde soorten. Uit de quickscan flora en fauna blijkt dat het natuurdoeltype rond het plangebied niet verzuringsgevoelig is door extra uitstoot van ammoniak als gevolg van uitbreiding van het aantal dieren. De kwaliteit van het leefgebied van beschermde soorten verminderd niet;
  • vermindering van het areaal grote natuurlijke eenheden (aaneengesloten). De gronden die nu in het bouwblok vallen, waren ingericht ten behoeve van het agrarisch bedrijf, deze gronden hadden al geen natuurwaarden;
  • belemmering voor het verloop van natuurlijke processen in de grote eenheden. De natuurlijke processen rond de Steenbeek veranderen niet;
  • verstoring van de natuurlijke morfologie, waterkwaliteit enz. De uitbreiding heeft geen negatieve invloed op de morfologie en waterkwaliteit;
  • verandering van grond en oppervlakte water situatie vanwege de zaksloten. Op het perceel wordt een poel aangelegd. Deze poel is bedoeld voor het vasthouden van het hemelwater dat op de daken van de nieuwe gebouwen valt. In de huidige situatie zou dit water ter plaatse in de bodem zijgen. Aan de hoeveelheid hemelwater in de bodem veranderd dus niets;
  • verhoging van de niet gebiedseigen geluidbelasting in stiltegebieden. Het plangebied is geen stiltegebied.

Conclusie

De natuur- en landschapswaarden worden met de uitbreiding van het agrarisch bouwblok niet aangetast. Er treedt dan ook geen significant negatief effect op voor de EVZ met de realisatie van het plan. Het plan voor de uitbreiding van het agrarisch bouwblok voldoet aan het provinciaal beleid.