direct naar inhoud van Artikel 6 Wonen
Plan: Buitengebied 1998, herziening 62, Kerkdijk 6 Vragender
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1586.BPBUI041-VG06

Artikel 6 Wonen

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wonen;
  • b. paardenbakken tot een oppervlakte van 800 m²;
  • c. een paardenhouderij ter plaatse van de aanduiding 'paardenhouderij';
  • d. agrarisch medegebruik ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - agrarisch medegebruik';
  • e. een overkapping voor de paardenbak ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - overkapping';

met de daarbij behorende:

  • f. erfbeplanting;
  • g. tuinen, erven en terreinen;
  • h. wegen en paden;
  • i. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

Het aantal woningen mag niet meer bedragen dan 1 per bestemmingsvlak met hierin opgenomen maximaal 2 wooneenheden.

In de bestemming is de uitoefening van een aan huis verbonden beroep toegestaan, met dien verstande dat maximaal 40% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw en 100% van de vloeroppervlakte van de bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt met een gezamenlijk maximum van 50 m². De activiteit mag niet leiden tot belemmeringen voor de omliggende functies en geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer. Ten behoeve van de activiteit wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.

6.2 Bouwregels

Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels:

  • a. de maatvoering van de bebouwing mag niet meer bedragen dan in de onderstaande tabel is aangegeven:

Bouwwerken   Maximale goothoogte in m   Maximale bouwhoogte in m   Maximale oppervlakte in m²   Maximale inhoud in
m³  
Woning   4,5   9     750  
Bijbehorende bouwwerken bij de woning   4   6   120    
Bijbehorende bouwwerken bij de woning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - agrarisch medegebruik'   4   6   600    
Overkapping ten behoeve van paardenbak   4   6   800    
Erf- en terreinafscheidingen
 
  2      
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde     2,5      
  • b. indien de bestaande bebouwing afwijkt van het bepaalde onder a dan geldt de bestaande bebouwing op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, mits deze op een legale wijze tot stand is gebracht;
  • c. herbouw van de woning is uitsluitend toegestaan binnen een afstand van 30 m van de bestaande locatie op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan;

6.3 Afwijken van de bouwregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in:

  • a. lid 6.2 sub a ten behoeve van het vergroten van de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij de woning tot 200 m2, met dien verstande dat:
    • 1. de bijbehorende bouwwerken uitsluitend in het achtererfgebied gebouwd mogen worden;
    • 2. het achtererfgebied voor niet meer dan 25% mag worden bebouwd;
    • 3. er sprake is van een zorgvuldige landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing door middel van een erfinrichtingsplan.
  • b. lid 6.2 sub a indien de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken meer bedraagt dan 200 m2mogen de bijbehorende bouwwerken op een andere locatie worden herbouwd, met dien verstande dat:
    • 1. herbouw slechts mogelijk is indien een sanering van minimaal 70% van de oppervlakte boven de 200 m2 plaatsvindt en de bestaande goot- en bouwhoogte niet wordt overschreden, tenzij de overschrijding bijdraagt aan verbetering van de ruimtelijke situatie;
    • 2. indien de bestaande bijbehorende bouwwerken worden vervangen door één bijbehorende bouwwerk dan mag de oppervlakte van dit nieuwe bijbehorende bouwwerk niet meer bedragen dan 200 m2 en dient er sprake te zijn van een verbetering van de ruimtelijke situatie;
    • 3. de afstand tot het hoofdgebouw niet meer bedraagt dan 25 m.
  • c. lid 6.2 sub c ten behoeve van het herbouwen van de woning op een andere locatie dan de bestaande locatie, met dien verstande dat:
    • 1. de agrarische functie van aangrenzende, niet bij de woning behorende gronden en bebouwing niet onevenredig wordt belemmerd;
    • 2. voldaan wordt aan het bepaalde in de Wet geluidhinder;
    • 3. de bestaande woning wordt gesloopt binnen drie maanden na oplevering van de herbouwde woning;
    • 4. er sprake is van een zorgvuldige landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing door middel van een erfinrichtingsplan;

6.4 Specifieke gebruiksregels
6.4.1 Verboden gebruik

Met ingang van 1 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan wordt onder verboden gebruik, als bedoeld in artikel 7.10 Wet ruimtelijke ordening, verstaan:

  • a. het in gebruik hebben van bebouwing ten behoeve van het bepaalde in artikel 6.1, onder c., indien niet binnen één jaar na onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan de beschreven groenelementen, zoals aangegeven in het landschapsplan Kerkdijk 6 te Vragender, niet zijn aangelegd;
  • b. het in gebruik hebben van bebouwing ten behoeve van het bepaalde in artikel 6.1, onder c., indien de in onderdeel a. van dit artikel genoemde landschapselementen niet in stand worden gehouden.
6.4.2 Strijdig gebruik

Tot een gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval gerekend:

  • a. de bewoning van bijgebouwen;
  • b. het gebruik van gronden en opstallen voor een bedrijf.
6.5 Afwijken van de gebruiksregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in:

  • a. lid 6.1 ten behoeve van het toestaan van mantelzorg in een woning inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken dan wel voor het bouwen van een mantelzorgunit, onder de voorwaarden dat:
    • 1. er aantoonbaar behoefte bestaat aan mantelzorg in verband met medische, psychische en/of sociale omstandigheden, in welk kader een indicatie voor mantelzorg aanwezig is;
    • 2. de totale oppervlakte ten behoeve van mantelzorg per bouwperceel niet meer dan 55 m² mag bedragen;
    • 3. het bebouwingspercentage op het bouwperceel maximaal 60% mag bedragen na realisatie van de mantelzorg;
    • 4. er maximaal sprake mag zijn van 1 bouwlaag;
    • 5. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
    • 6. een vrijstaande mantelzorgunit binnen een afstand van 10 m gerekend van het hoofdgebouw wordt gebouwd;
    • 7. in alle gevallen sprake is en blijft van afhankelijke woonruimte;
    • 8. indien de noodzaak van mantelzorg is vervallen, de omgevingsvergunning wordt ingetrokken en de situatie in en om de woning wordt teruggebracht in de oude staat (voor units), dan wel in overeenstemming met het bestemmingsplan.
  • b. lid 6.1 ten behoeve van de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf, mits de woonfunctie in overwegende mate wordt behouden en onder de voorwaarden dat:
    • 1. het medegebruik van ondergeschikte betekenis moet zijn en maximaal 30% mag beslaan van de totale nettovloeroppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken tot een maximum van 50 m²;
    • 2. slechts bedrijven toelaatbaar zijn, die behoren tot de categorie 1 van de in Bijlage 3 opgenomen Lijst aan huis gebonden bedrijven;
    • 3. geen detailhandel mag plaatsvinden, behoudens een beperkte verkoop -als ondergeschikte nevenactiviteit- van producten die ter plaatse zijn vervaardigd, dan wel direct verband houden met het aan huis gebonden bedrijf;
    • 4. het gebruik geen nadelige invloed mag hebben op de verkeersafwikkeling, casu quo niet onevenredig veel extra verkeer wordt aangetrokken;
    • 5. het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de leefomgeving;
    • 6. op eigen terrein moet worden geparkeerd door eigenaar/huurder en bezoekers;
  • c. in lid 6.1 jo 6.4 sub b ten behoeve van het toestaan van:
    • 1. aan huis verbonden bedrijven welke niet zijn genoemd in de in Bijlage 3 opgenomen Lijst aan huis gebonden bedrijven of;
    • 2. aan huis verbonden bedrijven die worden genoemd in categorie 2 van de in Bijlage 3 opgenomen Lijst aan huis gebonden bedrijven, mits deze naar aard en effecten op het woon- en leefklimaat van de aangrenzende woongebieden, al dan niet onder te stellen voorwaarden, wat betreft geur, stof, geluid en gevaar, kunnen worden gelijkgesteld met de bedrijven behorende tot categorie 1,

mits geen onevenredige aantasting ontstaat van:

      • het straat- en bebouwingsbeeld;
      • de milieusituatie;
      • de verkeersveiligheid;
      • de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
  • d. lid 6.1 ten behoeve van het toestaan van de nevenfuncties verblijfsrecreatie, dagrecreatie, zorg, opslag en de nevenfuncties welke zijn genoemd in de Bijlage 4 Indicatieve bedrijvenlijst, met dien verstande dat:
    • 1. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 350 m2 van de bestaande gebouwen welke aanwezig waren op 27 april 2006;
    • 2. er sprake is van een zorgvuldige landschappelijke inpassing door middel van een landschappelijk inpassingsplan;
    • 3. het gebruik geen nadelige invloed mag hebben op de verkeersafwikkeling, casu quo niet onevenredig veel extra verkeer wordt aangetrokken.
6.6 Wijzigingsbevoegdheid
6.6.1 Verruiming inhoudsmaat woning

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigingen ten behoeve van het vergroten van de inhoud van de woning tot 850 m3, met dien verstande dat:

  • a. het aantal woningen niet mag toenemen;
  • b. er een bijdrage geleverd dient te worden aan de ontwikkeling van het landschap. Deze bijdrage dient te worden aangetoond door middel van een erfinrichtingsplan.