direct naar inhoud van 4.3 Provinciaal beleid
Plan: Buitengebied 1998, herziening 62, Kerkdijk 6 Vragender
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1586.BPBUI041-VG06

4.3 Provinciaal beleid

4.3.1 Streekplan

Gedeputeerde Staten van Gelderland hebben op 29 juni 2005 het Streekplan Gelderland 2005 vastgesteld. De nieuwe Wet ruimtelijke ordening kent geen streekplannen meer, maar een structuurvisie, met een zelfbindende werking. Dat wil zeggen dat ze geen juridische status hebben en geen rechtstreekse doorwerking naar gemeentelijke plannen. Met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening per 1 juli 2008 heeft het Streekplan Gelderland 2005 de status van structuurvisie gekregen. Op de streekplankaart is Gelderland onderverdeeld in een 'groenblauw' raamwerk, een 'rood' raamwerk en een multifunctioneel gebied. Het plangebied is gelegen in het multifunctioneel gebied en daarbinnen specifiek aangewezen als waardevol landschap. In het provinciaal planologisch beleid, weergegeven in de Ruimtelijke Verordening Gelderland, zoals genoemd in paragraaf 4.3.3, wordt op deze gebieden expliciete provinciale sturing gericht.

4.3.2 Reconstructieplan Achterhoek - Liemers

In het Reconstructieplan Achterhoek en Liemers is het perceel Kerkdijk 6 te Vragender gelegen binnen het verwevingsgebied. Het perceel ligt buiten de gebieden die specifiek aangewezen zijn als ontwikkelingslocaties voor de landbouw. Binnen verwevingsgebieden worden kansen geboden aan verschillende functies om naast elkaar te bestaan. In het Reconstructieplan Achterhoek en Liemers wordt verwezen naar het Streekplan Gelderland 2005 waarin de functieverandering is verwoord en waarin rekening wordt gehouden met de in het Reconstructieplan genoemde denklijnen.

4.3.3 Ruimtelijke Verordening Gelderland

Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) met de daarbij behorende Invoeringswet in werking getreden. Hierbij is een nieuw stelsel van verantwoordelijkheidsverdeling tussen Rijk, provincies en gemeenten ontstaan. Belangrijke uitgangspunten van de Wro zijn het duidelijke onderscheid tussen beleid, normstelling en uitvoering en het beginsel dat normstelling plaatsvindt door het meest geschikte overheidsorgaan. Normstelling op een hoger niveau vindt plaats indien een beleidsonderdeel niet op doelmatige of doeltreffende wijze door een lager overheidsorgaan kan worden behartigd, gezien de aard van de betrokken taak of de schaal waarop een aangelegenheid moet worden geregeld. Voor de formulering van het provinciale ruimtelijke beleid is de provinciale structuurvisie ingevolge artikel 2.2 Wro voor het streekplan in de plaats gekomen. Het streekplan Gelderland 2005 heeft op grond van het overgangsrecht de status gekregen van structuurvisie ingevolge artikel 2.2 lid 1 van de Wro. Daarnaast kunnen, indien provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, bij of krachtens provinciale verordening respectievelijk bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld omtrent de inhoud en toelichting van bestemmingsplannen. Op 25 november 2008 is door de provincie besloten voor een aantal onderwerpen, conform de Wro-agenda, de voorbereiding van de ruimtelijke verordening ter hand te nemen. Daarnaast is ook het Rijk bezig algemene regels neer te leggen in het "Ontwerp Besluit algemene regels ruimtelijke ordening" (hierna te noemen Amvb). In deze Amvb worden zowel rechtstreeks, richting de gemeentebesturen, werkende algemene regels neergelegd (algemene regels ter zake van bestemmingsplannen) als ook algemene regels die door de provincie in de verordening neergelegd dienen te worden (algemene regels te stellen door provincies). Op grond hiervan zijn naast de reeds uit de Wro-agenda voortvloeiende onderwerpen nog enkele andere onderwerpen in de verordening opgenomen, te weten: verstedelijking (wonen en werken) buiten bestaand bebouwd gebied, hergebruik van bebouwing in het buitengebied en nationale landschappen. Onder de Wro heeft de provincie geen bemoeienis meer met lokale belangen. Gemeenten worden nu vrij gelaten de lokale aspecten naar eigen inzicht te regelen. In het verleden diende ieder bestemmingsplan door GS te worden goedgekeurd. Onder de Wro is het instrument van de goedkeuring komen te vervallen en heeft dit plaats gemaakt voor algemene regels. Gemeenten dienen deze algemene regels weliswaar in hun bestemmingsplannen te verwerken, maar behouden enige vrijheid in de wijze waarop zij dit doen. Deze algemene regels betreffen alleen onderwerpen met een duidelijk provinciaal c.q. nationaal belang.

Bij besluit van 15 december 2010 heeft Provinciale Staten van Gelderland de Ruimtelijke Verordening Gelderland vastgesteld.

4.3.3.1 Relatie plangebied

Ingevolge de provinciale verordening valt het plan onder hoofdstuk 17 Nationaal landschap, artikel 21, paragraaf 21.2. Hierin is aangegeven dat in gebieden binnen een nationaal landschap, met de aanduiding waardevol landschap slechts bestemmingen kunnen worden toegestaan, voor zover deze de kernkwaliteiten van het gebied, zoals vastgelegd in de streekplanuitwerking "Kernkwaliteiten waardevolle landschappen" behouden of versterken.

4.3.3.2 Kernkwaliteiten waardevol landschap

Het perceel Kerkdijk 6 te Vragender is gelegen in Multifunctioneel gebied, waardevol landschap en maakt deel uit van het Nationaal landschap Winterswijk.

De Nota Ruimte typeert het Nationaal landschap Winterswijk als een kampen- en essenlandschap dat wordt gekenmerkt door een bijzondere kleinschalige openheid met een zeer groen karakter. Het zandplateau wordt doorsneden door kleine beekdalen en bevat ook nog enkele restanten van hoogveenontwikkeling en kleine boscomplexen. De weilanden en akkers, hier vaak kampen (eenmansessen), worden omzoomd door houtwallen.

In het Streekplan Gelderland 2005 is Winterswijk aangeduid als Waardevol landschap. De volgende kernkwaliteiten worden in het streekplan beschreven:

- Kleinschalig, organisch begroeid halfopen landschap met afwisseling van bosjes, houtwallen, landbouwgrond, lanen, beken, boerderijen (oostelijk helft kleinschaliger dan westelijke helft);

- Rijk aan microreliëf (steilranden, essen en eenmansessen), een duidelijke terraswand (westzijde);

- Meanderende beken in smalle dalen als doorgaande structuren, met natuurlijke begroeiing (elzen en essen) in halfopen landschap; overstromingsvlaktes in laagtes;

- Fraaie, open essen (opvallend groot op de plateaurand van Aalten en Groenlo) en bijzondere broekgebieden;

Historisch nederzettingspatroon en vervlochten in het landschap: oude boerderijplaatsen (zoals scholtenhoeven), vele gehuchten en grotere nederzettingen.

In de vorm van een streekplanuitwerking heeft de provincie het beleid en de begrenzing van de nationale landschappen bepaald. Hierin zijn de kernkwaliteiten voor het waardevol landschap Winterswijk als volgt uitgewerkt:

Kleinschalig, organisch begroeid halfopen landschap met afwisseling van bosjes, houtwallen, landbouwgrond, lanen, beken, boerderijen; oostelijk helft kleinschaliger dan westelijke helft

- De kleinschaligheid is deels te herleiden tot de kleinschalige geologie en geomorfologie van het Oost Nederlands Plateau, die sterk afwijkt van het aanliggende dekzandlandschap: met heel karakteristieke structuren van kleine ingesneden beken op korte afstand van elkaar.

- De veel voorkomende NSW-landgoederen (Natuurschoonwet-landgoederen) met hun landerijen zijn karakteristiek voor het landschap. De afwisseling van natuur, bos en landschap en agrarisch gebruik zijn in ecologisch opzicht van grote waarde en geven het gebied het aanzien van een economisch, levend landschap. De landbouw speelt een belangrijke rol in het beheer van het landschap. In het oudhoevige landschap dragen de landgoederen bij aan een besloten, gevarieerd karakter, met een nog sterk aanwezige cultuurhistorische identiteit. In het jonge ontginningenlandschap heeft landgoedvorming plaatselijk eveneens een gevarieerd karakter doen ontstaan, maar hier ontbreken de oude bouwvallen (essen) en oude boerderijen, en valt de strakke, recht verkavelingsstructuur op. Het grondgebruik, de afwisseling van grasland en akkerbouw naast de houtwal structuren en de bossen geven het gebied zijn karakteristieke eigenschappen en vormen tezamen een waardevol agrarisch cultuurlandschap. De landbouw is een onmisbare activiteit in het geheel.

- De koeien in de wei vormen een onmisbaar element in het landschap voor onder andere de genietende, recreërende en rustzoekende recreant.

- In de westelijke helft komt tussen de plateaurand Aalten-Groenlo en Winterswijk een komvormige laagte voor waar een afwijkend landschap is ontstaan op voormalig broek en veen. Dit jongere landschap is eveneens kleinschalig maar kent niet de afwisseling met beken, oude bouwlanden en hoeven. Dezelfde soort jongere landschappen komen voor aan de noordrand (o.a. Meddosche veld en Masterveld).

Rijk aan microreliëf (steilranden, essen, eenmansessen), een duidelijke terrasrand (westzijde)

- De terrasrand ligt tussen Aalten en Groenlo. Bovenop de rand komen grote open escomplexen voor: tussen Aalten en Barlo en bij Vragender, en verspreid liggende talloze kleinere essen; het patroon is grillig met veel gebogen wegen en esranden. Op de terrasrand komen ook jongere heideontginningen met rechthoekige patronen voor, zoals Schaarsheide en Vragenderveld met heel andere patroonkenmerken. De hoge ligging nodigde in het evrlenen militaire activiteiten uit waaraan de Besselinkschans bij Lievelde en de vestingstad Groenlo met zijn circumvallatielinie uit de tachtigjarige oorlog nog herinnert.

- Essen, eenmansessen met steilranden komen overal in het gebied voor behalve in de jongere heide-, broek- en veenontginningen.

Meanderende beken in smalle dalen als doorgaande structuren, met natuurlijke begroeiing (elzen en essen) in halfopen landschap; overstromingsvlaktes in laagtes

- De structuur van beken en beekjes die samenstromen in de Groenlose Slinge en de Bovenslinge wordt bepaald door de ondergrond en menselijke activiteit.

- Langs de beken zijn veel kleine tot middelgrote (loof)bossen gelegen. Op hogere plaatsen langs de beken is het natuurlijke reliëf opgehoogd tot esdekken.

Fraaie, open essen (opvallend groot op de plateaurand van Aalten en Groenlo) en bijzondere broekgebieden

- Voor de essen, zie boven bij 'rijk aan microreliëf'.

- Bijzondere broek- en veengebieden zijn het Korenburgerveen en omgeving en het Wooldsche Veen, die getuigen van kleinschalige turfwinning.

Historische nederzettingspatroon vervlochten in het landschap: oude boerderijplaatsen (zoals scholtenhoeven), vele gehuchten en grotere nederzettingen

- De enige grote nederzetting in het gebied zelf is Winterswijk dat als een spin in een web van wegen zit. Aan de westrand van het gebied en het plateau liggen Groenlo, Lichtenvoorde en Aalten.

- De vele gehuchten liggen verspreid in het land, de meeste bestaan uit oude en jongere gebouwen, van oorsprong veelal hoeven, in een karakteristieke losse structuur gegroepeerd bij of rond essen en esjes en in veel gevallen aan een beek.

-- de verspreid gelegen oude boerderijen hebben veelal een bijbehorende eenmanses.

Wanneer één van de in het geding zijnde kernkwaliteiten worden aangetast, maar andere kernkwaliteiten worden versterkt, en er over het geheel genomen sprake is van versterking van de kernkwaliteiten, kan dit acceptabel zijn. Bij toepassing van deze benadering kan het nodig zijn om het plangebied te vergroten om tot een acceptabele uitkomst te kunnen komen. Dat is niet het geval bij aantasting van onvervangbare en/of zeldzame kernkwaliteiten als karakteristieke openheid of sommige verkavelingspatronen. Algemene regels zijn hiervoor niet te geven: het is maatwerk dat Gedeputeerde Staten van geval tot geval zullen beoordelen.

Ingevolge de Streekplanuitwerking Kernkwaliteiten Waardevolle Landschappen (als bijlage bijgevoegd) is onderhavige locatie gelegen in deelgebied 2 waarbij alle genoemde kernkwaliteiten moet worden beoordeeld. Daarnaast is ingevolge het bestemmingspan "Buitengebied 1998" een landschapswaardering voor het plangebied en omgeving aanwezig welke is gewaardeerd als:

b: houtopstanden;

h: (kleinschalige) hoogteverschillen;

v: rustige omstandigheden en/of onverharde wegen;

Het verzoek is gericht tot het uitbreiden van een locatie met de bestemming wonen door het oprichten van een kapschuur ten behoeve van opslag en indicatief een overdekte paardenbak. Tevens wordt een vaste mest opslagplaats opgericht in de nabijheid van een bosperceel waar al opslagactiviteiten plaatsvinden. Om de kernkwaliteiten te handhaven of zelfs te versterken en om de in het bestemmingsplan aangegeven landschapswaarderingen te respecteren is door verzoeker een landschappelijk inpassingsplan ingediend. Daarbij is aangesloten bij het landschapsontwikkelingsplan (LOP) van de gemeente Oost Gelre "Groen licht voor het landschap".


Landschapsplan

Op grond van het LOP is het perceel gelegen in het ensemble de marke Vragender. De grote Vragender Es is een fenomen. Vanouds was deze es als een echte es in gebruik als bouwland. Tegenwoordig is hij overwegend in gebruik als gras- en maïsland. Om de es ligt een krans van oude boerenerven, verbonden door slingerende wegen. In het oosten ligt een smalle strook ontginning met daarachter het Vragenderveen. Het gebied wordt gekenmerkt door weidebouw en bouwland op de es, en om de es een gordel van kleinschalige afwisseling van wonen, landbouw, recreatie- en andere bedrijvigheid, daaromheen een overgang naar de agrarisch gebruikte ontginningen.

Bij de ontwikkeling van het inrichtingsplan is rekening gehouden met het karakter van de marke Vragender. Initiatiefnemer heeft een erfbeplantingsplan laten opstellen. Door de in dit rapport aangegeven toegepaste beplanting, die aansluit bij zijn omgeving, worden de kernkwaliteiten van het landschap niet aangetast maar wordt de kleinschalige activiteit, gezien de geringe omvang van het geheel, in de toekomst een onderdeel van dit landschap.


Door bovengenoemde landschappelijke inpassing zullen de aanwezige kernkwaliteiten niet worden aangetast en worden de aangewezen landschapswaarderingen niet aangetast of verstoord.

4.3.4 Regionale beleidsinvulling

De gemeenteraad van Oost Gelre heeft op 27 april 2006 besloten de regionale beleidsnotitie 'Functies zoeken plaatsen zoeken functies' met bijbehorend erratum van 8 maart 2006 vast te stellen. Tevens is het Dagelijks bestuur van de regio Achterhoek verzocht om het provinciaal bestuur van Gelderland te verzoeken het Streekplan Gelderland 2005 voor wat betreft de Achterhoek conform aan te passen. Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland hebben op 19 december 2006 een positief besluit hieromtrent genomen, waardoor deze beleidsnotitie gezien moet worden als een nadere uitwerking van het streekplan.