direct naar inhoud van 8.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Plan: Buitengebied 1998, herziening 62, Kerkdijk 6 Vragender
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1586.BPBUI041-VG06

8.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

In het kader van de herziening van het bestemmingsplan zal het ontwerpbestemmingsplan voor een periode van zes weken ter inzage worden gelegd (overeenkomstig afdeling 3:4 Algemene Wet bestuursrecht). Binnen deze termijn kan een ieder zijn/haar zienswijze omtrent de herziening indienen. Dan zal ook duidelijk worden hoe omwonenden tegen het plan aankijken. Ingebrachte zienswijzen worden betrokken bij de besluitvorming.

8.3.1 Artikel 3.1.1.-overleg

Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te worden gevoerd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.

Ter voldoening aan artikel 3.1.1 Bro is het voor-ontwerpbestemmingsplan toegestuurd aan het Waterschap Rijn en IJssel en de provincie Gelderland.

Reactie Waterschap Rijn en IJssel:

Bij schrijven van 14 februari 2012 heeft het Waterschap Rijn en IJssel een schriftelijke reactie gegeven op het voorontwerpbestemmingsplan. In de brief geven zij aan dat het plangebied grenst aan een watergang van het Waterschap en dat hierbij rekening moet worden gehouden met een 1,8 m onderhoudspad. Daarnaast moet de infiltratievoorziening nader worden omschreven.

Het ontwerp is ten opzichte van het voorontwerp hierop aangepast.

Reactie provincie Gelderland:

De provincie Gelderland heeft een reactie gegeven. Deze reactie is verwoord in een brief van 21 maart 2012. Ingevolge artikel 3:16, eerste lid Algemene wet bestuursrecht is deze brief buiten de gestelde termijn van 6 weken voor vooroverleg ingediend. Deze brief is hierdoor niet bij het ontwerp bestemmingsplan meegenomen.

Binnen het plan zijn geen nationale belangen in het geding. Hierdoor hoeft op basis van artikel 3.1.1. Bro geen vooroverleg gevoerd te worden met de Vrom-inspectie. In de ontwerpfase zijn de diensten van provincie en Rijk (en het Waterschap) door middel van een kennisgeving op de hoogte gebracht van het ontwerpbestemmingsplan. Gedurende de inzage termijn zijn er zienswijzen ingekomen van de provincie Gelderland. De zienswijzen zijn verwoord en voorzien van een reactie in de Nota Inhoud en beantwoording zienswijzen die als bijlage is bijgevoegd.

De zienswijzen geven geen aanleiding het ebstemmingsplan niet vast te stellen. Wel worden er wijzigingen aangebracht in de regels zodat het bestemmingsplan gewijzigd zal worden vastgesteld.