direct naar inhoud van 5.5 Cultuurhistorie en archeologie
Plan: Meekesweg 4a te Vragender
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1586.BPBUI051-VG01

5.5 Cultuurhistorie en archeologie

Archeologie

Volgens de Archeologische beleidskaart voor de gemeente Oost Gelre (RAAP-rapport 1757) is het perceel gelegen op gronden met een lage archeologische verwachtingswaarde. Bij planvorming of voorafgaand aan vergunningverlening dient bij bodemingrepen dieper dan 30 cm onder maaiveld en groter dan 2.500 m2 vroegtijdig een inventariserend archeologisch onderzoek plaats te vinden.

Op het perceel vindt sloop plaats en zal een bijgebouw op de lokatie van een gesloopt bedrijfsgebouw worden opgericht. De oppervlakte van 2.500 m2 wordt hierbij niet overschreden zodat een inventariserend archeologisch onderzoek in deze niet noodzakelijk is.

Cultuurhistorie

In het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied 1998' is het perceel bestemd als Wonen met een aanduiding karakteristiek. Het gebouw of gebouwen zijn niet aangemerkt als monumentaal.

Cultuurhistorisch gezien heeft de oorspronkelijke boerderij een hoge waarde. Er zijn nog diverse oorspronkelijke elementen bewaard gebleven. Hieronder is een beschrijving gegeven.

Historie en ligging

Deze hallehuisboerderij is gelegen ten zuiden van de dorpskern van Vragender, bij een splitsing van wegen, en maakt deel uit van de nog duidelijk herkenbare historische flank/esdorpstructuur, die bestaat uit een rond de open es gelegen krans van boerderijen met midden op de es de rond de eeuwwisseling ontstane hoger gelegen dorpskern van Vragender.

De boerderij werd gebouwd in 1912 maar heeft een oudere kern uit het derde kwart van de 19de eeuw. De boerderij is niet meer als zodanig in gebruik. Nu wordt er uitsluitend gewoond. Ter rechterzijde is een nieuw woonhuis gebouwd, waarmee de boerderij middels een tussenlid is verbonden.

Plattegrond en opbouw

De boerderij, van het hallehuistype, is gebouwd op een in wezen rechthoekig grondplan. Het voorhuis is aan beide zijden iets breder dan het stalgedeelte. Het pand telt één bouwlaag en een zolder. De gevels zijn opgetrokken in baksteen. Het metselwerk is uitgevoerd in kruisverband. Langs het voorhuis loopt een grijsgeschilderde, gepleisterde plint.

Voorhuis en stalgedeelte zijn gedekt met een zadeldak. Door het bredere voorhuis is de dakhelling niet gelijk. De dakvlakken van het voorhuis zijn gedekt met gesmoorde Hollandse pannen, de dakvlakken van het stalgedeelte met rode Hollandse pannen.

Een gemetselde schoorsteen staat in het linkerdakvlak.

Voorgevel

De voorgevel is assymetrisch van opzet. Rechts uit het midden is een niet-oorspronkelijke deur geplaatst met een gedecoreerd bovenlicht. Rechts daarvan bevindt zich één en links van de deur bevinden zich drie T-vormig ingedeelde schuifvensters, voorzien van een 3-ruits bovenlicht. De vensters zijn voorzien van luiken. Deur en vensters zijn geplaatst onder een strek. De geveltop is voorzien van een verticaal houten beschot. Langs de dakrand en onder het houtwerk van de gevel is een muizetand uitgemetseld.

Linker zijgevel

De linkerzijgevel van het voorhuis bevat twee 6-ruits schuifvensters onder een lollaag. In het stalgedeelte bevindt zich een opgeklampte deur met ter rechterzijde twee stalramen en ter linkerzijde één. Deze drie verticaal gedeelde 2-ruits vensters zijn geplaatst onder een rollaag. Geheel links is een klompenhok uitgebouwd onder een flauw hellend lessenaardak.

Achtergevel

De achtergevel is symmetrisch van opzet en traditioneel ingedeeld met in het midden getoogde deeldeuren, iets terugliggend geplaatst onder een segment-boogvormige ontlastingsboog. Ter weerszijden van de deeldeuren bevinden zich een rondboogvormig ijzeren stalraam, voorzien van een roedeverdeling, en een getoogde, opgeklampte deur onder een eveneens segmentboogvormige ontlastingsboog. De aanzet en sluitstenen van de ontlastingsbogen zijn in natuursteen uitgevoerd. De aanzetstenen van de boog ter ontlasting van de deeldeuren vermelden het bouwjaar 1912.

De geveltop is evenals de voorgevel voorzien van een verticaal houten beschot. Langs de dakrand loopt een eenvoudige windveer. Vermoedelijk is de boerderij in 1912 uitgebreid met twee gebond (waaronder ook het onderschoer).

Rechter zijgevel

De rechterzijgevel bevat in het voorhuis een klein, 6-ruits schuifventer en, vlak boven de plint, een verticaal gedeeld 2-ruits kelderlicht, voorzien van een diefijzer. Deze vensters zijn geplaatst onder een rollaag. Rechts daarvan bevindt zich een niet-oorspronkelijk ongedeeld venster met bovenlicht.

Ter hoogte van het stalgedeelte is de boerderij middels een tussenlid verbonden met het ter rechterzijde nieuw gebouwde woonhuis. Rechts van het tussenlid bevat het gevelvlak van het stalgedeelte een houten deur met ter weerszijden een 6-ruits stalraam onder een rollaag.

Interieur

De boerderij is opgebouwd uit een ankerbalkgebint. Een aantal dekbalken laten sporen zien van hergebruik.

De woonkamer in het voorhuis bevat nog oorspronkelijke elementen, zoals de in twee kleuren mahonie gehouten kastenwand, deuren en de betegelde schouw. Ook bezit de woonkamer nog een authentieke keitjesvloer waarin verwerkt een bloem in een rad.

Algemeen: de boerderij valt op door esthetische kwaliteiten, het heeft gave verhoudingen en een bijzondere detaillering in vormgeving en materiaalgebruik. Het object bevat bijzondere onderdelen in het interieur. Daarnaast is het object van belang als onderdeel van de nog duidelijk zichtbare historische flank/esdorpstructuur.

Bij bouw en/of verbouw van het object zal met bovengenoemde karakteristieke elementen zoveel mogelijk rekening moeten worden gehouden.