direct naar inhoud van Artikel 13 Wonen
Plan: Dorpskern Lichtenvoorde 2009
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1586.BPLIC100-VS03

Artikel 13 Wonen

13.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd:

  • a. aaneengebouwde woningen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd';
  • b. twee-aaneen woningen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen';
  • c. vrijstaande woningen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand';
  • d. gestapelde woningen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld';
  • e. voor autoboxen uitsluitend ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - autoboxen',

met de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, erven en tuinen.

13.2 Bouwregels
13.2.1 Algemeen

Uitsluitend bouwwerken ten dienste van de genoemde bestemming mogen worden gebouwd.

13.2.2 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. het hoofdgebouw dient binnen het bouwvlak te worden gebouwd;
  • b. het hoofdgebouw dient met de voorgevel in of maximaal 1 m achter de bouwgrens aan de zijde van de weg te worden gebouwd;
  • c. de goothoogte en de bouwhoogte van de gebouwen mogen niet meer zijn dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' is aangegeven;
  • d. het bebouwingspercentage binnen het bouwvlak bedraagt 100% tenzij anders ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' is aangegeven.
  • e. bij (vervangende) nieuwbouw bedraagt de minimale voorgevelbreedte van een woning bij vrijstaande, twee-aaneen en aaneengebouwd woningen 5 m.

13.2.3 Aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen

Voor het bouwen van aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:

  • a. de gezamenlijke oppervlakte van aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag maximaal 70 m² bedragen, met een maximum van 50% van het bouwperceel achter (het verlengde van) de voorgevel;
  • b. de bouwhoogte mag maximaal 5 m bedragen en mag niet hoger zijn dan de bouwhoogte van de woning;
  • c. de goothoogte van een bijgebouw of overkapping mag maximaal 3 m bedragen en niet hoger zijn dan de goothoogte van de woning;
  • d. de goothoogte van een aan- of uitbouw mag niet hoger zijn dan maximaal 0,25 m boven de bovenkant van de verdiepingsvloer van de woning;
  • e. een uitbouw aan de voorgevel mag maximaal 40% van de breedte van de voorgevel bedragen en maximaal 1,5 m diep zijn;
  • f. de breedte van aan- en uitbouwen aan de zijgevel mag maximaal 3 m bedragen;
  • g. de maximale diepte van aan- en uitbouwen mag bij aan de achterzijde van vrijstaande woningen maximaal 4 m bedragen. Voor alle andere woningtypen mag de maximale diepte maximaal 3 m bedragen;
  • h. een strook van minimaal 8 m, gerekend van de achtergevel tot de achterste erfgrens, dient vrij te blijven van aan- en uitbouwen;
  • i. de afstand van aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 1 m bij vrijstaande woningen.

13.2.4 Autoboxen

Voor het bouwen van autoboxen gelden de volgende regels:

  • a. de autoboxen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd;
  • b. de oppervlakte per autobox bedraagt maximaal 25 m²;
  • c. de maximale bouwhoogte mag maximaal 3 m bedragen.

13.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:

  • a. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag voor de voorgevel maximaal 1 m en achter de voorgevel maximaal 2 m bedragen;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder art. 13.2.5, sub a mag de bouwhoogte van antennes, (tuin)verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare andere bouwwerken maximaal 5 m bedragen.

13.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het elders in dit artikel bepaalde, nadere eisen stellen met betrekking tot:

  • a. dakvormen, dakhellingen en nokinrichtingen van de bebouwing;
  • b. de (goot)hoogte van de gebouwen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • c. de breedte van de gebouwen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • d. de oriëntering van de gebouwen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • e. de wijze van afdekking van de gebouwen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • f. het aantal en de situering van parkeerplaatsen op het terrein.

De nadere eisen mogen niet op onevenredige wijze het gebruik van bouwwerken en gronden aantasten.

13.4 Ontheffing van de bouwregels
13.4.1 Ontheffing met betrekking tot voorgevelbreedte

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde onder art. 13.2.2, sub d waarbij de minimale voorgevelbreedte bij vrijstaande, twee-aaneen en aaneengebouwde woningen verkleind wordt tot 4,5 m.

13.4.2 Ontheffing met betrekking tot bouwhoogte antennes

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in art. 13.2.5, sub b, voor de bouwhoogte van antennes en vlaggenmasten tot maximaal 15 m.

13.5 Ontheffing van de gebruiksregels
13.5.1 Ontheffing aan huis gebonden beroep of bedrijf

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van art. 13.1 ten behoeve van de uitoefening van een aan huis gebonden beroep of bedrijf, mits de woonfunctie in overwegende mate wordt behouden en onder de voorwaarden dat:

  • a. het medegebruik van ondergeschikte betekenis moet zijn en maximaal 30% mag beslaan van de totale nettovloeroppervlakte van de woning tot een maximum van 50 m²;
  • b. slechts beroepen of bedrijven toelaatbaar zijn, die behoren tot de categorie 1 van de in bijlage 3 bijgevoegde "Lijst aan huis gebonden beroepen en bedrijven Dorpskern Lichtenvoorde";
  • c. geen detailhandel mag plaatsvinden, behoudens een beperkte verkoop -als ondergeschikte nevenactiviteit- van producten die ter plaatse zijn vervaardigd, dan wel direct verband houden met het aan huis gebonden beroep of bedrijf;
  • d. het gebruik geen nadelige invloed mag hebben op de verkeersafwikkeling, casu quo niet onevenredig veel extra verkeer wordt aangetrokken;
  • e. het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de leefomgeving;
  • f. op eigen terrein moet worden geparkeerd door eigenaar/huurder en bezoekers.

13.5.2 ontheffing gelijk te stellen bedrijfsactiviteiten

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in art. 13.1 en bedrijfsactiviteiten toestaan welke naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijfsactiviteiten die zijn genoemd in de in bijlage 3 opgenomen: "Lijst aan huis gebonden beroepen en bedrijven Dorpskern Lichtenvoorde" mits geen onevenredige aantasting ontstaat van:

  • a. het straat- en bebouwingsbeeld;
  • b. de milieusituatie;
  • c. de verkeersveiligheid;
  • d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.