direct naar inhoud van Artikel 8 Groen
Plan: Dorpskern Lichtenvoorde 2009
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1586.BPLIC100-VS03

Artikel 8 Groen

8.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. groenvoorzieningen;
  • b. voet- en fietspaden;
  • c. waterlopen, waterberging en waterinfiltratievoorzieningen;
  • d. (dag)recreatieve mogelijkheden in de openlucht en speelvoorzieningen;
  • e. dierenverblijven uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'dierenverblijf';
  • f. volkstuinen ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin',

met daarbij behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde en verhardingen.

8.2 Bouwregels
8.2.1 Algemeen

Uitsluitend bouwwerken ten dienste van de genoemde bestemming mogen worden gebouwd.

8.2.2 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. er mag ter plaatse van de aanduidingen 'skatebaan', 'dierenverblijf' en 'volkstuinen' maximaal één gebouw per aanduidingsvlak worden opgericht;
  • b. het gebouw dient op minimaal 2 m afstand van de bestemmingsgrens te worden gebouwd;
  • c. de inhoud mag niet meer dan 80 m3 bedragen;
  • d. de bouwhoogte van het gebouw mag maximaal 4 m bedragen.

8.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 2 m bedragen;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder art. 8.2.3, sub a mag de bouwhoogte van vlaggen-, verlichtingsmasten en vergelijkbare andere bouwwerken, alsmede speeltoestellen maximaal 10 m bedragen;
  • c. in afwijking van het bepaalde onder art. 8.2.3, sub a mag de hoogte van een skatevoorziening, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'skatebaan' maximaal 4 m bedragen.

8.3 Nadere eisen
  • a. Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het elders in dit artikel bepaalde, nadere eisen stellen met betrekking tot:
    • 1. dakvormen, dakhellingen en nokinrichtingen van de bebouwing;
    • 2. de (goot)hoogte van de gebouwen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
    • 3. de breedte van de gebouwen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
    • 4. de oriëntering van de gebouwen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
    • 5. de wijze van afdekking van de gebouwen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • b. De nadere eisen mogen niet op onevenredige wijze het gebruik van bouwwerken en gronden aantasten.

8.4 Wijzigingsbevoegdheid
8.4.1 Wijziging bestemming

Burgemeester en wethouders zijn, overeenkomstig het bepaalde in art. 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, bevoegd de bestemming 'Groen' te wijzigen in de bestemming 'Verkeer'. De regels van art.12'Verkeer' zijn van overeenkomstige toepassing.

8.4.2 Criteria

De in art. 8.4.1 wijziging kan slechts worden verleend, mits geen onevenredige aantasting ontstaat van:

  • a. het straat- en bebouwingsbeeld;
  • b. de milieusituatie;
  • c. de verkeersveiligheid;
  • d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden,

en het kostenverhaal voor de gemeente voldoende verzekerd is.