direct naar inhoud van 5.4 Cultuurhistorie en archeologie
Plan: Multifunctioneel gebouw Vragender
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1586.BPVRA002-OH01

5.4 Cultuurhistorie en archeologie

Bij grondwerkzaamheden in verband met de voorgenomen herontwikkeling van en nieuwbouw in het plangebied Kapelweg 17 te Vragender, worden mogelijk archeologische waarden verstoord. Daarom is door Econsultancy i.s.m. ARC, een archeologisch vooronderzoek verricht om de archeologische verwachting van het plangebied vast te stellen. De resultaten van dit onderzoek zijn vastgelegd in een gecombineerd rapport met nummer 09126332.

De beoordeling van het gecombineerde rapport geeft geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.

Het onderzoek met bijbehorende rapportage is, voor zover is na te gaan, uitgevoerd conform de geldende normen en richtlijnen in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 3.1, protocol IVO). Het rapport is als bijlage bijgevoegd.

Op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek wordt in het plangebied geen vervolgonderzoek geadviseerd op de lokatie waar het gebouw wordt gesitueerd. Dit selectieadvies wordt onderschreven.

Ter hoogte van de aan te leggen parkeerplaatsen wordt geadviseerd geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden indien de aanleg van het parkeerterrein op maaiveld plaatsvindt. Eventueel zou de bovenlaag van ca. 20 centimeter worden 'geroofd' alvorens de stabilisatielaag aan te leggen.

In het rapport wordt voor het graven van de sloot een archeologische begeleiding van de werkzaamheden geadviseerd. Dit omdat er in dit onderzoeksgebied een kleine archeologische vondst is gedaan. Door de regionaal archeoloog wordt niet ingestemd met de archeologische begeleiding. Hij geeft aan dat het niet duidelijk is op welk niveau onder maaiveld het steengoed is gevonden. Het kan evengoed zijn opgebracht en omgewerkt. Archeologische begeleiding is derhalve niet noodzakelijk.

Wel dient te allen tijde bij het afgeven van een bouw- en/of aanlegvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen:

Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij Onze minister. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Oost Gelre hiervan direct in kennis te stellen.