direct naar inhoud van Artikel 5 Tuin
Plan: Vragender herziening Gunnewick Winterswijkseweg 16
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1586.BPVRA003-VG07

Artikel 5 Tuin

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. tuinen;
  • b. uitbouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • c. erfverhardingen en parkeervoorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'parkeerplaatsen' (p);
  • d. bestaande gebouwen.
5.2 Bouwregels
5.2.1 Algemeen

Uitsluitend bouwwerken ten dienste van de genoemde bestemming mogen worden gebouwd.

5.2.2 Bijbehorende bouwwerken

Het uitbreiden van een woning aan de voorzijde met een uitbouw door middel van overschrijding van de voorgevel is toegestaan onder voorwaarde dat:

  • a. de hoogte van de uitbouw niet hoger mag zijn dan de bovenkant van de vloer van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,3 m;
  • b. de breedte van de uitbouw maximaal 60% mag bedragen van de breedte van de oorspronkelijke voorgevel van de woning;
  • c. de diepte van de uitbouw maximaal 40% mag bedragen van de diepte van de aanwezige ruimte tussen de voorgevel en de aan de weg gelegen perceelsgrens, met een maximum van 1,5 m.
  • d. de goot-, bouwhoogte en inhoud van bestaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan de bestaande goot-, bouwhoogte en inhoud van het bijgebouw zoals dat bestaat ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan
5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 1 m bedragen;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder art. 5.2.3, sub a, mag de bouwhoogte van antennes, (tuin)verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare andere bouwwerken maximaal 5 m bedragen.
5.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het elders in dit artikel bepaalde, nadere eisen stellen met betrekking tot:

  • a. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • b. de breedte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • c. de oriĆ«ntering van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • d. de wijze van afdekking van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • e. het aantal en de situering van parkeerplaatsen op eigen terrein.

De nadere eisen mogen niet op onevenredige wijze het gebruik van bouwwerken en gronden aantasten.