direct naar inhoud van 5.7 Geur
Plan: Vragender herziening Gunnewick Winterswijkseweg 16
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1586.BPVRA003-VG07

5.7 Geur

Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) ingegaan. De Wgv vervangt de Wet stankemissie veehouderijen die van toepassing was voor landbouwontwikkelings-, verwevings- en extensiveringsgebieden met het primaat natuur en de drie 'stankrichtlijnen': de Richtlijn Veehouderij en Stankhinder 1996, de Brochure Veehouderij en de Hinderwet 1985.

Gemeenten hebben de beleidsvrijheid om maatwerk te leveren door middel van het vaststellen van een geurverordening die is afgestemd op de ruimtelijke en milieuhygiënische feiten en omstandigheden in een concreet gebied en de gewenste (toekomstige) ruimtelijke inrichting.

De gemeente Oost Gelre heeft daarom een geurverordening vastgesteld. De Wgv maakt gebruik van nieuwe, meer wetenschappelijk onderbouwde milieuhygiënische inzichten. Hierbij worden, net als voor geur en geluid van industriële bronnen, de bronemissie en de emissie op leefniveau gekwantificeerd.

De verordening voor de gemeente Oost Gelre stelt de wettelijke streefwaarde als norm voor de maximale geurbelasting voor de zoekgebieden voor woningbouw, waaronder het plangebied.

Door Buro Blauw is een onderzoek uitgevoerd naar de geuremissie en de geurcontouren van het mengvoederbedrijf van Gunnewick. Het onderzoek is verwoord in een onderzoeksrapport met nummer BL2012.5740.02-V04 van 25 mei 2012 welke als bijlage is bijgevoegd. Dit onderzoeksrapport is nader bekeken door De Roever Adviesbureau. Zij concluderen dat in het onderzoeksrapport van Buro Blauw enkele tekstuele slordig- en onjuistheden zitten welke zij hebben aangegeven in een schrijven van 16 mei 2012 met nummer 20120753. Deze aanvulling cq. wijziging van het onderzoeksrapport van Buro Blauw is ook als bijlage bijgevoegd.

In voorgenoemde onderzoek is de geuremisise van Gunnewick berekend met de emisisefactoren uit de bijzondere regeling A3 voor de diervoederindustrie in de NeR. De berekeningen zijn uitgevoerd met het voorbeeld productiepakket. Tevens zijn de geurcontouren van het acceptabel hinderniveau berekend. Uit de berekeningen worden de volgende conclusies getrokken:

1. De geuremissie van Gunnewick voor het voorbeeldpakket bedraagt maximaal 757 ouE/j. Deze geuremissie treedt gedurende de bedrijfstijd van 4.680 u/j op.

2. In de aangevraagde situatie voldoet Gunnewick ter hoogte van de bestaande, meest nabijgelegen, aaneengesloten woonbebouwing van Vragender aan het acceptabele hinderniveau van 1,4 ouE/m3 als 98-percentiel. De uitbreiding van Gunnewick voldoet ter hoogte van de bestaande, meest nabijgelegen, aaneengesloten woonbebouwing van Vragender aan het acceptabele hinderniveau van 0,7 ouE/m3 als 98-percentiel.

Deze waarde blijft ruim onder de wettelijke norm van 14 ouE/m3. Uit vergelijking van de scenario-resultaten is op te maken dat de toekomstscenario's een gering effect hebben op de achtergrond-belasting. De toekomstscenario's resulteren in een toename van maximaal 1 ouE/m3 op de gemiddelde achtergrondbelasting. Een achtergrondbelasting van rondom 6 ouE/m3 wordt gewaardeerd als goed leefklimaat.

Conclusie

De achtergrondbelasting bedraagt rondom 6 ouE/m3. Dit wordt beoordeeld als een goed leefklimaat voor de omliggende woningen.